Je vennootschap betaalt belasting op haar belastbare winst. Het gewone tarief is 25%; een kleine vennootschap kan onder voorwaarden 20% betalen op de eerste €100.000. De belasting is niet hetzelfde als je omzet, boekhoudwinst of banksaldo. Deze gids verbindt die begrippen met kosten, bedrijfsleidersloon, voorafbetalingen en de jaarlijkse aangifte.
Boekjaar, inkomstenjaar en aanslagjaar: wat bedoelen we?
Een BV die haar boekjaar op 31 december 2026 afsluit, geeft dat resultaat aan voor aanslagjaar 2027. Bij een afwijkend boekjaar moet je het toepasselijke aanslagjaar afzonderlijk bepalen. Dat is belangrijk omdat een regel die vanaf aanslagjaar 2027 geldt niet hetzelfde is als een regel voor elke betaling na 1 januari 2027.
Een vennootschap die onder de vennootschapsbelasting valt, dient in principe jaarlijks een aangifte in via Biztax, ook wanneer ze geen winst maakt. Een vzw of andere rechtspersoon valt niet automatisch onder hetzelfde stelsel: activiteiten en wettelijke uitzonderingen bepalen of de rechtspersonenbelasting toepasselijk is.
Van omzet naar belastbare winst: een uitgewerkt voorbeeld
Een fictieve advies-BV behaalt €240.000 omzet. Haar boekhoudkundige kosten, inclusief bezoldiging, afschrijvingen en financieringskosten, bedragen €165.000. Ze heeft dus €75.000 winst vóór belasting. In die kosten zitten €5.000 uitgaven die fiscaal niet aftrekbaar zijn. Daarnaast voldoet een investering aan de voorwaarden voor €3.000 investeringsaftrek.
- Boekhoudwinst vóór belasting: €240.000 − €165.000 = €75.000.
- Fiscaal niet-aftrekbare kosten toevoegen: €75.000 + €5.000 = €80.000.
- Toegelaten investeringsaftrek: €80.000 − €3.000 = €77.000 belastbare winst.
- Bij het gewone tarief: €77.000 × 25% = €19.250 belasting.
- Als alle voorwaarden voor het verlaagde tarief vervuld zijn: €77.000 × 20% = €15.400 belasting.
Dit voorbeeld veronderstelt dat er geen andere correcties, vrijstellingen, vorige verliezen of bijzondere heffingen zijn. In een werkelijk dossier kunnen die de berekening wijzigen. De €3.000 aftrek is ook geen terugbetaling van €3.000: bij 25% verlaagt die aftrek de belasting met €750.
Welke kosten verminderen de fiscale winst?
De beroepsreden, de juiste periode en de bewijsstukken moeten kloppen. Een factuur op naam van de BV maakt een privé-uitgave niet beroepsmatig. Andere kosten zijn slechts gedeeltelijk aftrekbaar of worden over meerdere jaren afgeschreven. Denk aan een wagen, een investering of kosten met gemengd gebruik. Ook btw-aftrek volgt eigen regels.
Lees onze gids over aftrekbare kosten en bewijsvoering en de investeringsaftrek. Een lening aflossen is bijvoorbeeld geen gewone kost: het kapitaal vermindert de schuld, terwijl de rente volgens haar eigen voorwaarden een kost kan zijn. Zo kan je kaspositie sterk dalen zonder dezelfde daling in de belastbare winst.
Wanneer kan het tarief van 20% gelden?
Het verlaagde tarief geldt alleen voor de eerste €100.000 belastbare grondslag van een kwalificerende kleine vennootschap. Het deel daarboven valt normaal onder 25%. Bij €140.000 belastbare winst betekent dat, als alle voorwaarden vervuld zijn, €20.000 op de eerste schijf en €10.000 op de overige €40.000: samen €30.000.
De beoordeling als kleine vennootschap steunt op artikel 1:24 WVV. Voor boekjaren vanaf 2024 zijn de gebruikelijke drempels 50 werknemers, €11.250.000 omzet exclusief btw en €6.000.000 balanstotaal: niet meer dan één mag worden overschreden. De tweejaarregel, startersraming en de fiscale beoordeling van verbonden vennootschappen verdienen aparte aandacht. Alleen naar je eigen omzet kijken volstaat niet.
Daarnaast gelden uitsluitingen, bijvoorbeeld voor bepaalde financiële vennootschappen en vennootschappen waarvan minstens de helft van de aandelen in handen is van andere vennootschappen. De regeling kent uitzonderingen voor bepaalde erkende coöperatieve vennootschappen. De volledige toets staat in artikel 215 WIB 92.
Bedrijfsleidersbezoldiging: €51.000 voor aanslagjaar 2027
Vanaf het vijfde belastbare tijdperk moet in beginsel minstens één bedrijfsleider een bezoldiging ten laste van het resultaat krijgen van minstens €51.000 voor aanslagjaar 2027. De wet gebruikt een jaarlijks geïndexeerd basisbedrag van €25.000. De vaak vermelde €50.000 is dus niet het toepasselijke geïndexeerde bedrag voor dat aanslagjaar. Voor aanslagjaar 2026 bedroeg de algemene drempel €45.000.
Bij een lagere bezoldiging kan het verlaagde tarief behouden blijven als het belastbare inkomen van de vennootschap die bezoldiging niet overschrijdt. Voorbeeld: een loon van €38.000 met €35.000 belastbaar inkomen kan aan die bijzondere loontoets voldoen; hetzelfde loon bij €70.000 belastbaar inkomen niet. De overige voorwaarden blijven gelden. Een verhoging van je loon moet ook worden beoordeeld op haar impact op je persoonlijke belasting en sociale bijdragen.
Vanaf aanslagjaar 2027 is er bovendien een afzonderlijke toets voor forfaitair gewaardeerde voordelen van alle aard: het bovenmatige deel wordt bepaald tegenover 20% van de totale belastbare bezoldigingen aan de categorie bedrijfsleiders. Bij overschrijding kan het verlaagde tarief uitgesloten zijn, ook wanneer de loondrempel zelf gehaald is. De wettelijke definitie omvat ook bepaalde aandelenopties. Het is dus geen eenvoudige individuele regel “20% boven op mijn cashloon”. Ook bij een starter moet deze aparte voorwaarde worden nagekeken. Meer voorbeelden staan bij de minimumbezoldiging en in onze managementgids.
Voorafbetalen: de belasting spreiden en een vermeerdering vermijden
Voorafbetalingen verminderen niet de fiscale winst. Ze worden verrekend met de uiteindelijk verschuldigde belasting en kunnen de vermeerdering wegens onvoldoende voorafbetaling opvangen. Voor kalenderboekjaar 2026/AJ2027 bedraagt die vermeerdering 6,75%; de voordelen per betalingsmoment zijn 9%, 7,5%, 6% en 4,5%.
Een kleine vennootschap is voor haar eerste drie boekjaren vrijgesteld van deze vermeerdering. Dat is een andere termijn dan de uitzondering op de minimumbezoldiging tijdens de eerste vier belastbare tijdperken. Bij voortzetting van een bestaande activiteit moet ook de wettelijke oprichtingsdatum voor die loontoets worden nagegaan. Verwar de twee startersregels dus niet. Bekijk onze praktische voorafbetalingsgids voor de ontvangstdagen en een kwartaalvoorbeeld.
In het eerdere voorbeeld bedraagt de gewone belasting €19.250. Bij €15.000 reeds uitgevoerde voorafbetalingen resteert rekenkundig €4.250 vóór een eventuele vermeerdering en andere verrekeningen. Het banksaldo vertelt je niet of dat bedrag al gereserveerd is.
Wat moet klaarstaan voor Biztax?
- Een afgeronde boekhouding en aansluiting met de jaarrekening.
- Een overzicht van fiscale correcties, investeringen, afschrijvingen en bewijsstukken.
- Bedrijfsleidersbezoldigingen, fiches, voordelen en overeenkomsten.
- Voorafbetalingen en daadwerkelijk verrekenbare voorheffingen of belastingkredieten.
- Vorige fiscale verliezen, reserves en eventuele buitenlandse inkomsten.
Controleer de aangiftetermijn in Biztax voor jouw afsluitdatum en aanslagjaar. De datum van de algemene vergadering, de neerlegging van de jaarrekening en de fiscale aangiftedatum zijn verschillende termijnen. Bewaar na indiening het ontvangstbewijs en controleer later het aanslagbiljet. Een verliesjaar betekent niet dat er niets moet worden ingediend of dat iedere afzonderlijke heffing wegvalt.
Meesters verbindt de aangifte met je lopende cijfers, investeringen en cashplanning. Bekijk onze fiscale begeleiding en boekhoudkundige opvolging voor kmo’s.
Wil je je belasting kennen vóór het boekjaar voorbij is? Bespreek je winstprognose, bezoldiging en voorafbetalingen met Meesters.
Bronnen
FOD Financiën: aangifte · WIB 92, artikel 215 · Wet van 15 juli 2026, artikelen 76, 80 en 88 · NBB: groottecriteria · FOD: voorafbetalingen.
Stand van de regelgeving: 17 oktober 2026. De voorbeelden zijn fictief en dienen om de afweging uit te leggen.



