Inzichten voor ondernemers

Investeringsaftrek 2026: welke investeringen tellen mee?

Welke investeringsaftrek past bij je machine, software of energieproject? Bekijk de percentages voor 2025 en 2026, de attestprocedure en concrete rekenvoorbeelden.

Investeringsaftrek 2026: welke investeringen tellen mee?

De investeringsaftrek is een bijkomende aftrek van je belastbare winst, boven op de gewone afschrijving. Sinds 1 januari 2025 bestaan drie categorieën: basisaftrek, verhoogde thematische aftrek en technologie-aftrek. Welke categorie bruikbaar is, hangt af van je onderneming, het actief en de bewijsstukken. Een investering kiezen omdat ergens “40% aftrek” staat, kan duur uitvallen als het vereiste attest of de technische voorwaarde ontbreekt.

Eerst de investering, dan het percentage

De regeling gaat in beginsel over nieuwe materiële of immateriële vaste activa die in België voor de beroepsactiviteit worden gebruikt en worden afgeschreven. Een aankoop van handelsvoorraad, een tweedehands machine of een lopend softwareabonnement is daardoor niet automatisch een investering die recht geeft op deze aftrek.

Er gelden wettelijke uitsluitingen. Niet uitsluitend beroepsmatig gebruikte activa, niet-afschrijfbare goederen en activa die over minder dan drie belastbare tijdperken worden afgeschreven komen in beginsel niet in aanmerking. Gewone personenwagens zijn uitgesloten, ook wanneer ze elektrisch zijn; de wet kent specifieke uitzonderingen, bijvoorbeeld voor kwalificerende taxi- en rijschoolvoertuigen. Voor verhuur of overdracht van het gebruik gelden bijkomende voorwaarden. Een factuur op naam van de BV volstaat dus niet.

Welke categorie past bij je investering?

1. Basisaftrek: 10%, of 20% voor kwalificerende digitale activa

Natuurlijke personen en kleine vennootschappen kunnen voor kwalificerende investeringen de basisaftrek van 10% toepassen. Bij een kleine vennootschap moet het actief rechtstreeks verband houden met de bestaande of geplande werkelijk uitgeoefende economische activiteit. Voor andere vennootschappen is de gewone basisaftrek 0%.

Voor digitale vaste activa die aan de wettelijke omschrijving voldoen, stijgt de basisaftrek met 10 procentpunten naar 20%. De betrokken categorieën omvatten digitale betalings- en facturatiesystemen, ICT-beveiliging, boekhoudkundig en financieel beheer, en klantenwerving of digitaal relatiebeheer. Ook bepaalde aansluitende ontwikkelings- en koppelingskosten kunnen kwalificeren. Het etiket “digitaal” op een offerte volstaat niet.

Onderzoek de functionaliteit en de activering als vast actief. Artikel 49/1 KB/WIB 92 vraagt op de factuur of bijlage onder meer de investeringscategorie en de voorgeschreven leveranciersverklaring; gemengde facturen moeten de kwalificerende componenten apart waarderen. Een aangekochte oplossing voor elektronische facturatie vraagt een andere beoordeling dan een jaarlijks abonnement. Controleer ook de klimaat- en milieu-uitsluitingslijst voor de basisaftrek.

2. Verhoogde thematische aftrek: vier afzonderlijke thema’s

  • Efficiënt energieverbruik en hernieuwbare energie.
  • Koolstofemissievrij vervoer.
  • Milieuvriendelijke investeringen.
  • Digitale investeringen die één van deze drie thema’s ondersteunen.

Een investering moet op de toepasselijke officiële lijst staan en aan de technische voorwaarden voldoen. “Energiezuinig” of “duurzaam” in een brochure is geen fiscaal attest. De gepubliceerde thematische lijsten sluiten investeringen met een in aanmerking te nemen waarde van minder dan €1.000 uit. Op de energielijst is ook een terugverdientijd van minstens drie jaar vereist; voor een niet-kleine vennootschap geldt bovendien een grens van 13% voor de interne rentevoet volgens de voorgeschreven berekening.

Voor het vierde thema, ondersteunende digitale investeringen, is volgens de actuele overheidsinformatie nog geen uitvoeringslijst gepubliceerd. Je kunt daarvoor dus niet louter op basis van de wettelijke themanaam 40% aanvragen. Dat staat los van de bestaande digitale basisaftrek van 20%. Ook de toestand van je onderneming telt: ondernemingen in moeilijkheden en ondernemingen met een openstaand Europees terugvorderingsbevel voor onrechtmatige Belgische steun zijn uitgesloten van de thematische aftrek.

Voor natuurlijke personen en kleine vennootschappen bedraagt deze aftrek 40%. Voor andere vennootschappen geldt 30% voor aanslagjaar 2026 en 40% vanaf aanslagjaar 2027. Dat laatste volgt uit de afschaffing van artikel 201, §2 door de wet van 18 december 2025. Bij een kalenderboekjaar gaat het normaal over investeringen in 2025 respectievelijk 2026. Bij een gebroken boekjaar moet je het aanslagjaar controleren. Een aangekondigde verdere terugwerkende verhoging behandelen we niet als reeds geldende wet.

3. Technologie-aftrek

Voor octrooien en kwalificerende milieuvriendelijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling bestaat een technologie-aftrek van 13,5%. Dit is geen algemene korting voor elk innovatieproject of elk softwarebedrijf. De aard van de investering en de toepasselijke attesten zijn beslissend. Onderzoek ook de afzonderlijke regels voor gespreide aftrek of het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling voordat je een keuze vastlegt.

Voor hetzelfde actief mag je slechts één investeringsaftrekcategorie kiezen. De basisaftrek en thematische aftrek mag je dus niet optellen tot 50% of 60%. De normale afschrijving blijft ernaast bestaan.

Drie oorspronkelijke voorbeelden: wat levert het werkelijk op?

Een productiemachine van €30.000

Een kleine BV koopt een nieuwe machine voor €30.000, uitsluitend voor haar productie in België. We veronderstellen dat het actief aan alle voorwaarden voor de basisaftrek voldoet, niet op de uitsluitingslijst staat en over vijf jaar wordt afgeschreven. De bijkomende aftrek is €30.000 × 10% = €3.000. Bij 25% vennootschapsbelasting is het rekenkundige belastingeffect €750; bij 20% is het €600.

Dat bedrag staat los van de gewone afschrijving. Het eerste jaar kan die afschrijving volgens de toepasselijke boekhoudkundige en fiscale regels pro rata worden berekend. De leverancier ontvangt nog steeds de aankoopprijs; de aftrek financiert die betaling niet vooraf.

Een kwalificerend digitaal actief van €12.000

Een kleine BV activeert een digitale oplossing van €12.000. Na controle van de functionaliteit, de vereiste documenten en de andere voorwaarden blijkt de digitale basisaftrek toepasselijk. De aftrek bedraagt €2.400. Bij 25% is het belastingeffect €600. Als dezelfde functionaliteit via een abonnement wordt afgenomen, mag je dit voorbeeld niet automatisch op de abonnementskosten toepassen.

Een investering op de thematische lijst van €100.000

Een BV investeert voor €100.000 in een installatie die aantoonbaar op de juiste lijst staat en waarvoor ze het vereiste positieve attest verkrijgt. Bij 40% bedraagt de bijkomende aftrek €40.000. Met voldoende belastbare winst en een verondersteld tarief van 25% vermindert de belasting daardoor met €10.000. Het voordeel is geen premie van €40.000.

Deze voorbeelden houden andere fiscale correcties en beperkingen buiten beschouwing. Bij onvoldoende winst wordt de ongebruikte aftrek volgens artikel 72 overgedragen naar volgende belastbare tijdperken. Voor investeringen vanaf 1 januari 2025 is de vroegere beperking van de basisaftrek tot het volgende belastbare tijdperk geschrapt. De aftrek is daarmee nog geen onmiddellijke uitbetaling. Een wijziging van eigendom, gebruik of onderneming kan invloed hebben op de verdere benutting.

De attestprocedure in 2026: bereid het dossier vóór de bestelling voor

Laat vóór je definitief bestelt vastleggen op welke rubriek van de lijst het actief steunt. Verzamel technische fiches, een eventuele energie- of milieustudie, de onderbouwde offerte en een uitsplitsing van de kosten. Voor sommige rubrieken is een voorafgaand onderzoek essentieel. Laat de leverancier een concrete conformiteit toelichten; een algemene commerciële belofte is onvoldoende.

Het KB van 16 juni 2026 bevat een tijdelijke bewijsregeling voor betrokken activa verkregen of tot stand gebracht van 1 januari 2025 tot en met 31 december 2026. Wanneer een attest nog ontbreekt, moet je een dossier over de overeenstemming met de lijst ter beschikking houden. Als een aanvraag al mogelijk is, moet je ook de aanvraag bewijzen. De regeling schrapt het vereiste positieve attest niet en vervangt evenmin de aangifteformulieren.

De aanvraagtermijnen zijn tijdelijk aangepast, met 31 december 2026 als belangrijke datum en wettelijke uitzonderingen voor een nog lopende aanvraagtermijn of een nog niet behandelde aanvraag. Voor een kalenderboekjaar 2025 is tijdige actie vóór eind 2026 dus belangrijk. Controleer de termijn voor jouw boekjaar en bevoegde overheid; pas “31 december” niet blind op elk investeringsdossier toe. Voor Vlaamse energie-investeringen beschrijft VEKA de aanvraagprocedure en actuele overgangsregeling.

Wat gaat naar de aangifte?

  • De factuur, betalingsstukken en datum waarop het actief is verkregen of tot stand gebracht.
  • Het afschrijvingsplan, de aanschaffingswaarde en de kwalificerende categorie.
  • De technische onderbouwing en, waar vereist, aanvraagbewijs en attest.
  • De berekening per actief en de aansluiting met eerdere overdrachten.
  • Het voorgeschreven formulier 276U voor personenbelasting of opgave 275U bij de vennootschapsaangifte in Biztax.

Controleer ook subsidies, andere steun en een eventuele keuze voor het belastingkrediet voor onderzoek en ontwikkeling. De regels voor samenloop verschillen. Trek een premie daarom niet op eigen initiatief af van de basis en tel voordelen evenmin zonder controle bij elkaar.

Een goede investering moet ook zonder aftrek werken

Vergelijk de verwachte opbrengst, onderhoud, energieverbruik, financiering en beschikbare kasmiddelen. Een machine die niet voldoende productief wordt ingezet, blijft duur ondanks een fiscale aftrek. Onze aflossingstabel helpt leninglasten vergelijken; ze beslist niet of een investering fiscaal kwalificeert.

Meesters verbindt fiscaliteit met financiering en de opvolging van kmo’s en managementvennootschappen. Lees ook onze gids over aftrekbare kosten en bewijsvoering.

Plan je een belangrijke investering? Laat de categorie, bewijsstukken en cashimpact vóór de bestelling beoordelen.

Bronnen

WIB 92, artikel 69 · Artikel 201: vennootschappen · Artikel 69/1: thema’s · Artikel 75: uitsluitingen · Wet van 18 december 2025, artikelen 30–33 · KB/WIB 92, bijlage II: energielijst · KB/WIB 92, artikel 49/1: digitale activa · KB van 16 juni 2026: bewijs en attesten · VLAIO: actuele stand van de uitvoeringslijsten · FOD Financiën: praktische toelichting.


Stand van de regelgeving: 17 oktober 2026. De voorbeelden zijn fictief en dienen om de afweging uit te leggen.

Bespreek je eigen situatie.

Je cijfers en je plannen vormen het vertrekpunt.

Neem contact op