Liquidatiereserve in 2026: tarieven en wachttijd

Liquidatiereserve in 2026: tarieven en wachttijd
7 augustus 2026
Vincent Meesters

In het kort. Per 1 januari 2026 betaal je bij de aanleg van een liquidatiereserve een afzonderlijke heffing van 10%. Bij uitkering na drie jaar geldt 9,8% roerende voorheffing volgens de Programmawet 2026. De regeling is bestemd voor kleine vennootschappen en vraagt een zorgvuldige planning per aangelegde reserve.

Een liquidatiereserve laat een kleine vennootschap toe om winst na vennootschapsbelasting te reserveren en later als dividend uit te keren. De regeling kan fiscaal interessanter zijn dan een gewoon dividend, maar je vennootschap betaalt al bij de aanleg een afzonderlijke heffing.

De timing is doorslaggevend. Je moet rekening houden met de wachttijd, de beschikbare cash, de vennootschapsrechtelijke uitkeringstesten en eventuele alternatieven zoals VVPR-bis. Je kunt ook onze podcast over de liquidatiereserve bekijken.

Wat is een liquidatiereserve?

De liquidatiereserve is een afzonderlijke reserve op het passief van de balans. Een kleine vennootschap kan hiervoor haar boekhoudkundige winst na vennootschapsbelasting gebruiken. De regeling is opgenomen in artikel 184quater WIB 92.

Je vennootschap moet klein zijn volgens de criteria van artikel 1:24 WVV voor het belastbare tijdperk waarin de reserve wordt aangelegd. De aanleg gebeurt via de bestemming van het resultaat en moet correct in de jaarrekening en de aangifte in de vennootschapsbelasting worden verwerkt.

Per 1 januari 2026 geldt bij de aanleg een afzonderlijke aanslag van 10%. Die heffing komt bovenop de vennootschapsbelasting die al op de winst verschuldigd was. De liquidatiereserve is dus geen belastingvrije reserve.

Tarief en wachttijd vanaf 2026

Stand 2026 — Programmawet 2026: na een wachttijd van drie jaar geldt bij uitkering van de liquidatiereserve 9,8% roerende voorheffing. Dit tarief vervangt het eerder aangekondigde tarief van 6,5%.

Bij een uitkering vóór het einde van de vereiste wachttijd geldt per 1 januari 2026 in principe 30% roerende voorheffing. De afzonderlijke heffing van 10% die bij de aanleg werd betaald, wordt daarbij niet terugbetaald. Een vervroegde uitkering kan daardoor fiscaal ongunstig zijn.

Bij de vereffening van de vennootschap kan de liquidatiereserve per 1 januari 2026 in principe zonder bijkomende roerende voorheffing worden uitgekeerd. De afzonderlijke heffing van 10% bij de aanleg blijft wel definitief betaald. De vennootschap moet de reserve correct hebben aangelegd en behouden.

Voor reserves uit eerdere boekjaren kunnen overgangsregels spelen. Controleer daarom per reserve het jaar van aanleg, de toepasselijke wachttijd en de vroegst mogelijke uitkeringsdatum. Een algemene uitkeringsdatum voor het volledige saldo is vaak te onnauwkeurig.

Concreet cijfervoorbeeld in 2026

Stel dat je vennootschap in 2026 een liquidatiereserve van €10.000 wil aanleggen. Om na betaling van de afzonderlijke heffing effectief €10.000 in de reserve op te nemen, is €11.111,11 beschikbare winst nodig.

  • Per 1 januari 2026 bedraagt de afzonderlijke heffing bij aanleg 10%, of €1.111,11;
  • de geboekte liquidatiereserve bedraagt vervolgens €10.000;
  • na de wachttijd van drie jaar bedraagt de roerende voorheffing volgens de Programmawet 2026 9,8%, of €980;
  • de aandeelhouder ontvangt netto €9.020;
  • de totale heffing bedraagt €2.091,11 op een beschikbare winst van €11.111,11.

In dit voorbeeld bedraagt de gecombineerde fiscale druk van de aanlegheffing en de roerende voorheffing ongeveer 18,82% van de beschikbare winst vóór de aanlegheffing. De vennootschapsbelasting op de onderliggende winst is niet in deze berekening opgenomen.

Ter vergelijking: bij een gewoon dividend geldt per 1 januari 2026 in beginsel 30% roerende voorheffing. Op een bruto dividend van €11.111,11 houdt de vennootschap dan €3.333,33 in en ontvangt de aandeelhouder netto €7.777,78.

Wanneer is een liquidatiereserve interessant?

De regeling kan interessant zijn wanneer je vennootschap winst en voldoende cash heeft die je niet onmiddellijk privé nodig hebt. De laagste fiscale druk is niet automatisch de beste keuze: beschikbare liquiditeiten, toekomstige investeringen en je privéplanning blijven mee bepalend.

Beoordeel minstens de volgende punten:

  • Je vennootschap voldoet in het jaar van aanleg aan de criteria van een kleine vennootschap;
  • je kunt de vereiste wachttijd respecteren;
  • de vennootschap heeft na aanleg en uitkering voldoende middelen voor belastingen, investeringen en schulden;
  • de uitkering doorstaat bij een BV de nettoactieftest en de liquiditeitstest van artikelen 5:142 en 5:143 WVV;
  • je vergelijkt de liquidatiereserve met een gewoon dividend, VVPR-bis en het behoud van de winst in de vennootschap.

Voor KMO’s met wisselende investeringsnoden is een meerjarenplanning nuttig. Zo vermijd je dat gereserveerde middelen later ontbreken voor personeel, belastingen of investeringen.

Liquidatiereserve vergelijken met VVPR-bis

Liquidatiereserve en VVPR-bis zijn verschillende regimes. Je kunt ze niet zonder meer op dezelfde winst toepassen. De juiste keuze hangt onder meer af van de aandelen, de oprichtingsdatum, de kapitaalinbreng en het moment waarop je een dividend wil ontvangen.

  • Per 1 januari 2026 vraagt de liquidatiereserve een afzonderlijke heffing van 10% bij de aanleg;
  • stand 2026 — Programmawet 2026: bij uitkering na drie jaar geldt voor de liquidatiereserve 9,8% roerende voorheffing;
  • per 1 januari 2026 geldt voor een kwalificerend VVPR-bis-dividend 18% roerende voorheffing vanaf het vierde boekjaar;
  • VVPR-bis vereist kwalificerende aandelen en een inbreng die aan de wettelijke voorwaarden voldoet;
  • per 1 januari 2026 blijft het gewone tarief van 30% roerende voorheffing van toepassing wanneer een verlaagd regime niet geldig kan worden toegepast.

De liquidatiereserve is verbonden aan gereserveerde winst. VVPR-bis is verbonden aan de kenmerken en uitgiftedatum van de aandelen. Een voorafgaande controle van het aandelenregister, de oprichtingsakte en eerdere kapitaalverrichtingen is daarom aangewezen.

En bedrijfsleiders met een managementvennootschap?

Voor een bedrijfsleider van een managementvennootschap is een uitkering uit de liquidatiereserve een dividend in de hoedanigheid van aandeelhouder. Het is geen bezoldiging of kostenvergoeding zoals bedoeld in artikel 31 WIB 92.

Dat onderscheid heeft praktische gevolgen. Een dividend wordt fiscaal behandeld als roerend inkomen en verloopt niet via de loonadministratie. Een bezoldiging en een terugbetaling van eigen kosten van de vennootschap volgen andere fiscale en sociaalrechtelijke regels.

Documenteer daarom afzonderlijk:

  • de beslissing van de algemene vergadering over de winstbestemming en de aanleg van de reserve;
  • het boekjaar en het bedrag van iedere liquidatiereserve;
  • de berekening van de wachttijd en de toepasselijke roerende voorheffing;
  • de nettoactieftest en liquiditeitstest bij een uitkering door een BV;
  • de bewijsstukken voor kostenvergoedingen die naast het dividend aan de bedrijfsleider worden betaald.

Een dividend mag niet worden gebruikt om niet-onderbouwde kostenvergoedingen of bezoldigingen boekhoudkundig te vervangen. Een duidelijke scheiding versterkt je positie bij een fiscale of sociale controle.

Hoe plan je de aanleg en uitkering?

Een goede planning vertrekt niet alleen van het tarief. Breng per boekjaar de beschikbare winst, de bestaande reserves en de privébehoeften van de aandeelhouder in kaart.

  1. Controleer of de vennootschap voor het betrokken belastbare tijdperk als kleine vennootschap kwalificeert.
  2. Inventariseer iedere bestaande liquidatiereserve volgens het jaar van aanleg.
  3. Bepaal per reserve de wettelijke wachttijd en de vroegst mogelijke uitkeringsdatum.
  4. Maak een cashflowprognose voor belastingen, investeringen, leningen en toekomstige dividenden.
  5. Vergelijk het nettoresultaat met VVPR-bis en een gewoon dividend.
  6. Leg de aanleg en latere uitkering correct vast in de jaarrekening en de notulen.

Bij de verwerking van uitkeringen moet ook worden nagegaan welke reserve boekhoudkundig en fiscaal wordt aangesproken. Een planning per jaarschijf helpt fouten in de aangifte en de roerende voorheffing beperken. Meer informatie over onze begeleiding vind je bij onze accountancy- en adviesdiensten.

Besluit

Per 1 januari 2026 combineert de liquidatiereserve een afzonderlijke heffing van 10% bij aanleg met 9,8% roerende voorheffing bij uitkering na drie jaar. Ze kan interessant blijven voor kleine vennootschappen die winst enkele jaren kunnen reserveren.

Controleer wel per reserve de aanlegdatum, overgangsregels en beschikbare cash. Vergelijk de regeling ook met VVPR-bis, waarvoor per 1 januari 2026 een tarief van 18% geldt vanaf het vierde boekjaar. De beste keuze volgt uit een berekening op basis van je vennootschap en privéplanning.

Wil je de winstuitkeringen van jouw vennootschap correct plannen?

Het team van Meesters Accountants helpt je met de analyse van bestaande reserves, simulaties van netto-uitkeringen en een meerjarenplanning voor dividenden.

Plan een eerste gesprek →

Lees ook: Boekhouder voor managementvennootschappen · Boekhouder voor KMO's


Stand augustus 2026 — onder voorbehoud van wijzigingen in toekomstige programmawetten, overgangsregels of administratieve standpunten.

Nieuws voor elke ondernemer

E-facturatie sinds 2026: regels, scope en actieplan

Sinds 1 januari 2026 is gestructureerde e-facturatie verplicht voor vrijwel alle binnenlandse B2B-facturen. Lees wie onder de regels valt, welke software nodig is en welke sancties gelden.

Liquidatiereserve in 2026: tarieven en wachttijd

Per 2026 combineert de liquidatiereserve een aanlegheffing van 10% met 9,8% roerende voorheffing na drie jaar. Je leest de voorwaarden, timing en vergelijking met VVPR-bis.

VVPR-bis in 2026: voorwaarden, wachttijd en 18% RV

KMO-zaakvoerders en management-BV’s kunnen vanaf het vierde boekjaar dividenden uitkeren tegen 18% roerende voorheffing, mits hun aandelen uit geldinbreng kwalificeren.

Klaar voor de revolutie?

Meesters accountants biedt haar cliënten gerichte begeleiding om uw onderneming optimaal voor te bereiden op de nieuwe regelgeving. Neem gerust contact met ons op.