VVPR-bis in 2026: voorwaarden, wachttijd en 18% RV

VVPR-bis in 2026: voorwaarden, wachttijd en 18% RV
7 augustus 2026
Vincent Meesters

In het kort. Per 2026 geldt voor kwalificerende VVPR-bis-dividenden 18% roerende voorheffing in plaats van het gewone tarief van 30%. Het verlaagde tarief geldt vanaf het vierde boekjaar. De aandelen moeten onder meer voortkomen uit een geldinbreng vanaf 1 juli 2013 en aan de wettelijke voorwaarden blijven voldoen.

Wil je winst uit je vennootschap naar privé halen, dan kan je die onder meer uitkeren als dividend. Per 2026 bedraagt de gewone roerende voorheffing op dividenden 30%. VVPR-bis verlaagt dat tarief onder voorwaarden tot 18%.

Die voorwaarden zijn technisch. Niet alleen de datum en vorm van de inbreng tellen mee: ook de kenmerken van de aandelen, de aandeelhoudershistoriek en het boekjaar van uitkering zijn belangrijk. Wie liever eerst luistert, kan ook onze podcast over VVPR-bis bekijken.

Wat is VVPR-bis?

VVPR-bis is een regeling uit artikel 269, § 2 WIB 92 voor dividenden van bepaalde nieuwe aandelen in kleine vennootschappen. De afkorting verwijst naar een verlaagde voorheffing op dividenden van kleine vennootschappen.

Stand 2026 — Programmawet 2026: het tarief bedraagt 18% roerende voorheffing voor kwalificerende dividenden vanaf het vierde boekjaar. Zonder toepassing van VVPR-bis geldt per 2026 in principe het gewone tarief van 30%.

De regeling is relevant voor ondernemers met een operationele KMO, maar ook voor consultants en bedrijfsleiders die werken via een managementvennootschap. VVPR-bis ontstaat echter niet automatisch omdat je vennootschap klein is. De aandelen en de oorspronkelijke inbreng moeten alle wettelijke voorwaarden vervullen.

Aan welke voorwaarden moeten de aandelen voldoen?

VVPR-bis geldt in hoofdzaak voor aandelen die zijn uitgegeven naar aanleiding van een nieuwe geldinbreng vanaf 1 juli 2013. Bij de beoordeling kijken we onder meer naar de volgende voorwaarden:

  • de vennootschap was op het moment van de inbreng een kleine vennootschap volgens artikel 1:24 WVV;
  • de aandelen zijn uitgegeven vanaf 1 juli 2013;
  • de aandelen zijn ontstaan uit een inbreng in geld en niet uit een inbreng in natura;
  • de aandelen staan op naam;
  • de inbreng is volledig gestort vóór de dividenduitkering;
  • de aandelen verlenen geen preferent recht op dividenden of op de verdeling van het vermogen;
  • de aandeelhouder heeft de aandelen in beginsel ononderbroken in volle eigendom behouden, behoudens de wettelijke uitzonderingen.

Een latere statutenwijziging, overdracht, kapitaalvermindering of vrijstelling van stortingsplicht kan de toepassing beïnvloeden. Daarom volstaat een controle van het huidige aandelenregister niet altijd. Ook de oprichtingsakte, eerdere kapitaalverrichtingen, statuten en jaarrekeningen zijn relevant.

Vanaf wanneer geldt het tarief van 18%?

Per 2026 geldt het VVPR-bis-tarief van 18% vanaf het vierde boekjaar voor dividenden die aan alle voorwaarden voldoen. De vroegere verwijzing naar een tarief van 15% is daardoor niet langer actueel. Ook de voormalige tussenfase van 20% mag je niet zonder meer toepassen op een uitkering in 2026.

Keer je uit vóór de vereiste wachttermijn of voldoet een aandeel niet aan de voorwaarden, dan geldt per 2026 in principe 30% roerende voorheffing. De concrete telling hangt samen met het boekjaar waarin de geldinbreng plaatsvond. Bij een verkort of verlengd boekjaar moet je de dividendkalender daarom afzonderlijk beoordelen.

Wat levert VVPR-bis concreet op?

Voorbeeld per 2026. Je vennootschap keert een bruto dividend van €100.000 uit en alle VVPR-bis-voorwaarden zijn vervuld. Bij 18% roerende voorheffing houdt de vennootschap €18.000 in en ontvang je netto €82.000.

Zonder VVPR-bis bedraagt de inhouding bij het gewone tarief van 30% per 2026 €30.000 en ontvang je netto €70.000. In dit voorbeeld bedraagt het nettoverschil €12.000.

Stel dat je in 2026 een kwalificerende geldinbreng doet en je vennootschap per kalenderjaar boekhoudt. Het eerste boekjaar is dan 2026 en het vierde boekjaar 2029. Onder de regels van 2026 kan het tarief van 18% dus ten vroegste vanaf dat vierde boekjaar relevant worden. Controleer vóór de uitkering wel opnieuw de dan geldende wetgeving.

Een dividend moet ook vennootschapsrechtelijk mogelijk zijn

VVPR-bis bepaalt het tarief van de roerende voorheffing, maar geeft op zichzelf geen recht om winst uit te keren. De vennootschap moet beschikken over uitkeerbare middelen en de voorgeschreven vennootschapsrechtelijke procedure volgen.

Bij een BV moet het bestuursorgaan onder meer de nettoactieftest en liquiditeitstest toepassen overeenkomstig artikelen 5:142 en 5:143 WVV. De beslissing en onderbouwing horen thuis in correcte notulen. Een degelijke financiële planning helpt het risico beperken dat de dividenduitkering later ter discussie wordt gesteld.

VVPR-bis of liquidatiereserve?

VVPR-bis en de liquidatiereserve kunnen allebei leiden tot een lagere heffing op winstuitkeringen, maar werken anders:

  • VVPR-bis is gekoppeld aan kwalificerende aandelen en een oorspronkelijke geldinbreng;
  • de liquidatiereserve is gekoppeld aan na belastingen gereserveerde winst van een kleine vennootschap;
  • stand 2026 betaalt de vennootschap bij de aanleg van een liquidatiereserve een afzonderlijke aanslag van 10%;
  • stand 2026 — Programmawet 2026: bij een kwalificerende latere uitkering uit de liquidatiereserve bedraagt de roerende voorheffing 9,8%;
  • per 2026 bedraagt de roerende voorheffing bij een kwalificerend VVPR-bis-dividend 18%, zonder afzonderlijke heffing bij de oorspronkelijke geldinbreng.

Welke regeling het meest geschikt is, hangt af van de ouderdom van je aandelen, de beschikbare reserves, je gewenste uitkeringsmoment en de liquiditeitsbehoefte van de vennootschap. Voor oudere liquidatiereserves kunnen overgangsregels gelden. Die beoordeel je best per aanlegjaar.

En bedrijfsleiders met een managementvennootschap?

Voor een bedrijfsleider met een management-BV is het belangrijk om dividenden, bezoldigingen en kostenvergoedingen uit elkaar te houden. Een VVPR-bis-dividend is roerend inkomen. Het is geen bedrijfsleidersbezoldiging en evenmin een terugbetaling van kosten.

Kostenvergoedingen aan bedrijfsleiders worden afzonderlijk beoordeeld binnen het kader van artikel 31 WIB 92. Je moet kunnen aantonen dat het om kosten eigen aan de vennootschap gaat en dat dezelfde kosten niet nogmaals in de boekhouding worden opgenomen. Bewaar daarom de kostenstaat, berekeningswijze, bewijsstukken en bestuursbeslissing.

Ook de sociale behandeling verschilt. Een dividend valt niet onder dezelfde fiscale en RSZ-regels als loon of een kostenvergoeding. Voor een zelfstandige bedrijfsleider zijn RSZ-forfaits voor werknemers bovendien niet automatisch toepasbaar. Een correcte opsplitsing in de boekhouding versterkt je positie bij een fiscale of sociale controle.

Heb je een managementvennootschap, dan bekijken we VVPR-bis daarom samen met je bezoldiging, rekening-courant, pensioenopbouw, privé-uitgaven en liquiditeitsplanning. Die geïntegreerde aanpak maakt deel uit van onze accountancy- en fiscale adviesverlening.

Hoe bereid je een VVPR-bis-uitkering voor?

Een goede controle gebeurt vóór de algemene vergadering het dividend beslist. Daarbij zijn doorgaans de volgende stappen nodig:

  1. Controleer de oprichtingsakte, statuten en historiek van de geldinbreng.
  2. Verifieer of de vennootschap bij de inbreng klein was volgens artikel 1:24 WVV.
  3. Controleer het aandelenregister, de volle eigendom en eventuele overdrachten.
  4. Bepaal vanaf welk boekjaar het tarief van 18% volgens de regels van 2026 kan gelden.
  5. Vergelijk VVPR-bis met de liquidatiereserve en het gewone dividend.
  6. Voer de vereiste uitkeringstesten uit en documenteer de bestuursbeslissing.
  7. Dien de aangifte in de roerende voorheffing tijdig in en betaal de ingehouden voorheffing.

Voor KMO's is vooral een actuele dividendkalender nuttig. Die voorkomt dat een uitkering één boekjaar te vroeg wordt gepland of dat aandelen met een verschillende fiscale historiek ten onrechte op dezelfde manier worden behandeld.

Besluit

Stand 2026 kan VVPR-bis de roerende voorheffing op een kwalificerend dividend verlagen van 30% naar 18%. Het tarief geldt vanaf het vierde boekjaar en alleen wanneer de vennootschap, inbreng, aandelen en aandeelhoudershistoriek aan de wettelijke voorwaarden voldoen.

Controleer naast de fiscale regeling ook de uitkeerbare winst, liquiditeit en vereiste vennootschapsrechtelijke documentatie. Vergelijk VVPR-bis bovendien met de liquidatiereserve op basis van je concrete timing en financiële planning.

Wil je een dividend correct plannen in jouw KMO of managementvennootschap?

Het team van Meesters Accountants controleert je aandelenhistoriek, berekent je dividendkalender en vergelijkt VVPR-bis met de liquidatiereserve.

Plan een eerste gesprek →

Lees ook: Boekhouder voor managementvennootschappen · Boekhouder voor KMO's


Stand augustus 2026 — onder voorbehoud van wijzigingen in toekomstige programmawetten, rechtspraak of administratieve standpunten.

Nieuws voor elke ondernemer

E-facturatie sinds 2026: regels, scope en actieplan

Sinds 1 januari 2026 is gestructureerde e-facturatie verplicht voor vrijwel alle binnenlandse B2B-facturen. Lees wie onder de regels valt, welke software nodig is en welke sancties gelden.

Liquidatiereserve in 2026: tarieven en wachttijd

Per 2026 combineert de liquidatiereserve een aanlegheffing van 10% met 9,8% roerende voorheffing na drie jaar. Je leest de voorwaarden, timing en vergelijking met VVPR-bis.

VVPR-bis in 2026: voorwaarden, wachttijd en 18% RV

KMO-zaakvoerders en management-BV’s kunnen vanaf het vierde boekjaar dividenden uitkeren tegen 18% roerende voorheffing, mits hun aandelen uit geldinbreng kwalificeren.

Klaar voor de revolutie?

Meesters accountants biedt haar cliënten gerichte begeleiding om uw onderneming optimaal voor te bereiden op de nieuwe regelgeving. Neem gerust contact met ons op.