In het kort — stand 24 oktober 2026. Voor het vierde kwartaal van 2026 bedraagt het kilometerforfait €0,4452/km. Bij toepassing van het jaarstelsel geldt €0,4761/km van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027. Je volgt het toepasselijke stelsel; je kiest niet per rit het hoogste bedrag.
Een klantenbezoek, een vergadering of een rit naar een werf met je eigen wagen: met een rittenoverzicht maak je de vergoeding controleerbaar. Hieronder vind je de bedragen, een berekening en de gegevens die je het best bijhoudt. Dit artikel gaat over beroepsritten met een eigen wagen; woon-werkverkeer en een wagen van de onderneming vragen een afzonderlijke beoordeling.
Welke bedragen gelden in 2026–2027?
| Stelsel | Periode | Per km |
|---|---|---|
| Kwartaal | 1 oktober – 31 december 2026 | €0,4452 |
| Jaar | 1 juli 2026 – 30 juni 2027 | €0,4761 |
| Kwartaal, vorige periode | 1 juli – 30 september 2026 | €0,4440 |
BOSA publiceerde het bedrag voor oktober–december op 2 oktober 2026. Het vervangt het vorige kwartaalbedrag, niet het afzonderlijke jaarforfait. Bron: BOSA, vierde kwartaal 2026.
Het jaartarief loopt door in 2027 tot en met 30 juni. Een kwartaalbedrag voor ritten vanaf januari 2027 is hier nog niet ingevuld. Controleer voor die ritten de volgende officiële bekendmaking.
Jaar of kwartaal: leg je werkwijze vast
Ga eerst na welke sectorale of contractuele afspraken je moet volgen. De RSZ aanvaardt zowel het kwartaalforfait als het jaarforfait als onderbouwde kostenraming. Wie voor het jaarstelsel kiest, blijft daarbij van 1 juli 2026 tot en met 30 juni 2027 en schakelt tijdens die periode niet over op het kwartaalstelsel. Bron: RSZ, kostenvergoedingen.
Het jaarstelsel verandert op 1 juli; het kwartaalstelsel kent in principe vier aanpassingsmomenten, waaronder 1 januari. April, mei en juni 2026 waren een tijdelijke uitzondering met afzonderlijke maandbedragen.
Rekenvoorbeeld: 1.000 beroepskilometers in oktober
Stel: je rittenoverzicht bevat in oktober 2026 in totaal 1.000 vergoedbare beroepskilometers. Welke berekening past, hangt af van het stelsel dat voor jou wordt toegepast.
- Kwartaalstelsel: 1.000 × €0,4452 = €445,20.
- Jaarstelsel: 1.000 × €0,4761 = €476,10.
Het verschil is €30,90. Dat is geen reden om alleen voor oktober over te stappen. De berekening illustreert beide stelsels; ze geeft geen automatisch recht op een vergoeding of vrijstelling.
Wat houd je bij per rit?
Een praktische onkostennota bevat:
- de datum, vertrekplaats en bestemming;
- het zakelijke doel, bijvoorbeeld het bezochte dossier of de vergadering;
- het aantal beroepskilometers en de gebruikte eigen wagen;
- het toegepaste stelsel, tarief en berekende bedrag.
Bewaar de onderliggende afspraken en bewijsstukken bij je administratie. Het forfait omvat onder meer brandstof, onderhoud en verzekering; vergoed dezelfde kosten niet nog eens afzonderlijk.
Werknemer, bedrijfsleider en werkelijke kosten
Een zakelijke terugbetaling van kosten is iets anders dan loon. Bij werknemers gaat het om kosten van de werkgever; bij bedrijfsleiders om kosten van de vennootschap. De fiscale verwerking en de aftrek bij de onderneming vragen hun eigen beoordeling. De RSZ-instructies voor werknemers zijn geen algemene vrijstellingsbelofte voor een zelfstandige bedrijfsleider.
Hogere werkelijke kosten vragen een onderbouwing voor de volledige kostenpost. De RSZ verbiedt voor dezelfde kostenpost de combinatie van werkelijke kosten en forfait. Een betaling boven het forfait is dus niet zonder verdere beoordeling automatisch loon; evenmin is ze automatisch vrijgesteld.
Bekijk ook de aftrek van autokosten in onze kostenchecker of onze begeleiding voor managementvennootschappen.



