Oprichtersaansprakelijkheid bij een BV correct beperken

Oprichtersaansprakelijkheid bij een BV correct beperken
8 januari 2026
by Vincent Meesters

In het kort. Bij een BV kan de rechtbank oprichters persoonlijk aanspreken als de vennootschap binnen drie jaar na haar verkrijging van rechtspersoonlijkheid failliet gaat en het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was voor minstens twee jaar normale activiteit. Een onderbouwd financieel plan en een correcte aanduiding van gewone inschrijvers helpen dat risico beperken.

Een besloten vennootschap heeft geen wettelijk minimumkapitaal. Dat betekent niet dat je met om het even welk bedrag kunt starten. De oprichters moeten bij de oprichting voorzien in een aanvangsvermogen dat toereikend is voor de voorgenomen activiteit.

Gaat de BV kort na de oprichting failliet, dan kan het financieel plan een belangrijke rol spelen. Ook het onderscheid tussen oprichters en gewone inschrijvers verdient aandacht. Dat is vooral relevant wanneer een actieve ondernemer samen met een passieve investeerder een BV opricht.

Wanneer ontstaat oprichtersaansprakelijkheid?

Volgens artikel 5:16 WVV kan de rechtbank oprichters geheel of gedeeltelijk aansprakelijk stellen voor de schulden van de BV wanneer twee voorwaarden samen vervuld zijn:

  • de vennootschap gaat failliet binnen drie jaar na de verkrijging van haar rechtspersoonlijkheid;
  • het aanvangsvermogen was bij de oprichting kennelijk ontoereikend voor de normale uitoefening van de geplande activiteit gedurende minstens twee jaar.

Een faillissement binnen drie jaar leidt dus niet automatisch tot persoonlijke aansprakelijkheid. De rechtbank beoordeelt achteraf of het beschikbare vermogen bij de oprichting duidelijk onvoldoende was op basis van de informatie en redelijke verwachtingen van dat moment.

Daarnaast bevat artikel 5:15 WVV nog andere gevallen van oprichtersaansprakelijkheid, onder meer bij ongeldige oprichting, niet-geldige inschrijvingen op aandelen of bepaalde fouten bij inbrengen. Een correct financieel plan is daarom belangrijk, maar volstaat niet om elk aansprakelijkheidsrisico uit te sluiten.

Waarom is het financieel plan zo belangrijk?

Voor de oprichting van een BV moeten de oprichters een financieel plan aan de notaris overhandigen. De minimale inhoud daarvan is vastgelegd in de artikelen 5:4 en 5:5 WVV.

Een degelijk financieel plan bevat onder meer:

  • een nauwkeurige beschrijving van de geplande activiteit;
  • een overzicht van de financieringsbronnen;
  • een openingsbalans;
  • geprojecteerde balansen na twaalf en vierentwintig maanden;
  • een raming van inkomsten en uitgaven over minstens twee jaar;
  • een toelichting bij de gebruikte omzet-, kosten- en financieringshypothesen.

Het plan moet aansluiten bij de economische realiteit. Een consultancy-BV met beperkte vaste kosten heeft doorgaans een andere financieringsbehoefte dan een bouwbedrijf dat personeel, voertuigen en materiaal nodig heeft. Ook voor IT-bedrijven en consultants moet je rekening houden met betaaltermijnen, verzekeringen, bezoldigingen en periodes zonder factureerbare opdrachten.

Wat is het verschil tussen een oprichter en een gewone inschrijver?

In principe worden de personen die bij de notaris verschijnen voor de oprichtingsakte als oprichters beschouwd. Artikel 5:11 WVV laat onder voorwaarden toe om bepaalde aandeelhouders alleen als gewone inschrijvers aan te duiden.

Daarvoor moeten de volgende voorwaarden vervuld zijn:

  • de oprichtingsakte duidt één of meer aandeelhouders uitdrukkelijk aan als oprichter;
  • de aangeduide oprichters bezitten samen minstens een derde van de uitgegeven aandelen;
  • de overige aandeelhouders schrijven uitsluitend in op aandelen tegen een inbreng in geld;
  • de gewone inschrijvers ontvangen rechtstreeks noch onrechtstreeks enig bijzonder voordeel.

Een bijzonder voordeel moet concreet worden beoordeeld. Afwijkende financiële of contractuele rechten kunnen aanleiding geven tot discussie, maar zijn niet automatisch verboden. De notaris en adviseur moeten nagaan of de voorwaarden van artikel 5:11 WVV werkelijk vervuld zijn en de oprichtingsakte daarmee overeenstemt.

Welke aansprakelijkheid heeft een gewone inschrijver?

Een correct aangeduide gewone inschrijver valt in die hoedanigheid niet onder de specifieke oprichtersaansprakelijkheid van artikel 5:16 WVV. Zijn economisch risico als aandeelhouder blijft in beginsel beperkt tot zijn inbreng.

Dat sluit andere aansprakelijkheidsgronden niet uit. Een gewone inschrijver die ook bestuurder wordt, kan worden aangesproken voor bestuursfouten overeenkomstig de artikelen 2:56 en 2:57 WVV. Ook persoonlijke waarborgen, buitencontractuele fouten of kennelijk grove fouten die tot een faillissement bijdragen, moeten afzonderlijk worden beoordeeld.

Concrete voorbeelden bij een oprichting in 2026

Voorbeeld 1 — stand augustus 2026. Een BV verkrijgt rechtspersoonlijkheid op 15 september 2026 en gaat failliet op 1 juli 2029. Dat is binnen de wettelijke termijn van drie jaar. Blijkt uit het financieel plan dat de oprichters slechts 25.000 euro financiering voorzagen terwijl hun eigen prognoses minstens 80.000 euro vereisten, dan kan de rechtbank onderzoeken of het aanvangsvermogen kennelijk ontoereikend was. De bedragen alleen beslissen de zaak niet: ook de activiteit, onderbouwing en beschikbare informatie tellen mee.

Voorbeeld 2 — stand augustus 2026. Twee actieve aandeelhouders bezitten samen 60% van de aandelen en worden in de akte als oprichters aangeduid. Een passieve investeerder schrijft in geld in op de overige 40% en krijgt geen rechtstreeks of onrechtstreeks bijzonder voordeel. Als artikel 5:11 WVV correct wordt toegepast, kan die investeerder als gewone inschrijver worden opgenomen.

Gebruik het statuut niet als louter formele techniek. De akte, aandeelhoudersafspraken, financiering en feitelijke rolverdeling moeten coherent zijn.

En bedrijfsleiders met een managementvennootschap?

Bij een eenpersoons-management-BV is de enige aandeelhouder doorgaans ook de oprichter. Het onderscheid met een gewone inschrijver biedt dan geen oplossing, omdat de aangeduide oprichters samen minstens een derde van de aandelen moeten bezitten en er geen andere aandeelhouder is die de oprichtersrol kan opnemen.

Richt je een management-BV op met meerdere aandeelhouders of een externe investeerder, dan kan artikel 5:11 WVV wel relevant zijn. De rol als aandeelhouder, oprichter en bestuurder moet telkens afzonderlijk worden beoordeeld. Het feit dat iemand alleen als gewone inschrijver optreedt, neemt een eventuele bestuurdersaansprakelijkheid niet weg.

Voor managementvennootschappen verdient ook de continuïteit van de inkomsten aandacht. Als vrijwel alle omzet afkomstig is van één opdrachtgever, moet het financieel plan rekening houden met opzegtermijnen, tijdelijke uitval, beroepskosten en de bezoldiging van de bedrijfsleider.

Historische context van de regeling

Het onderscheid tussen oprichters en gewone inschrijvers bestond al bij de naamloze vennootschap en werd in het WVV ook voor de BV uitgewerkt. Voor de NV staat een vergelijkbare regeling in artikel 7:13 WVV.

De positie van een gewone inschrijver vertoont economisch gelijkenissen met die van een passieve investeerder, maar mag niet worden gelijkgesteld met een stille vennoot in een commanditaire vennootschap. Elke vennootschapsvorm heeft eigen wettelijke voorwaarden en aansprakelijkheidsregels.

Hoe beperk je het risico in de praktijk?

Een zorgvuldige oprichting begint vóór de afspraak bij de notaris. Doorloop minstens deze stappen:

  1. Bepaal realistisch hoeveel financiering de activiteit gedurende minstens twee jaar nodig heeft.
  2. Onderbouw omzet, kosten, investeringen en betaaltermijnen met concrete gegevens.
  3. Leg vast wie werkelijk als oprichter optreedt en wie alleen financieel investeert.
  4. Controleer of een gewone inschrijver uitsluitend in geld inbrengt en geen bijzonder voordeel ontvangt.
  5. Stem de oprichtingsakte, aandeelhoudersovereenkomst en het financieel plan op elkaar af.
  6. Documenteer wijzigingen in de aannames en volg de liquiditeitspositie na de oprichting actief op.

Een accountant kan de financiële aannames toetsen en de cijfers vertalen naar een onderbouwd plan. De notaris verwerkt de vennootschapsrechtelijke keuzes in de oprichtingsakte. Bekijk ook onze ondersteuning rond boekhoudkundig en fiscaal advies.

Besluit

Oprichtersaansprakelijkheid draait niet alleen om het bedrag waarmee je een BV start. De kern is of het aanvangsvermogen, beoordeeld op de oprichtingsdatum, redelijk was voor minstens twee jaar normale activiteit.

Een onderbouwd financieel plan versterkt je positie wanneer daar later discussie over ontstaat. Bij meerdere aandeelhouders kan een correcte aanduiding als gewone inschrijver het specifieke risico op oprichtersaansprakelijkheid helpen afbakenen. Bestuurdersaansprakelijkheid en andere persoonlijke verbintenissen blijven afzonderlijk bestaan.

Wil je de oprichting van jouw BV correct onderbouwen?

Het team van Meesters Accountants helpt je met het financieel plan, de financieringsbehoefte en de afstemming met je notaris.

Plan een eerste gesprek →

Lees ook: Boekhouder voor managementvennootschappen · Boekhouder voor KMO's


Stand augustus 2026 — onder voorbehoud van wijzigingen in het WVV, nieuwe rechtspraak of gewijzigde administratieve standpunten.

Nieuws voor elke ondernemer

Liquidatiereserve in 2026: tarieven en wachttijd

Per 2026 combineert de liquidatiereserve een aanlegheffing van 10% met 9,8% roerende voorheffing na drie jaar. Je leest de voorwaarden, timing en vergelijking met VVPR-bis.

VVPR-bis in 2026: voorwaarden, wachttijd en 18% RV

KMO-zaakvoerders en management-BV’s kunnen vanaf het vierde boekjaar dividenden uitkeren tegen 18% roerende voorheffing, mits hun aandelen uit geldinbreng kwalificeren.

VVPR-bis of liquidatiereserve: wat kies je in 2026?

VVPR-bis (18%) en de liquidatiereserve (10% + 9,8%) leiden in 2026 tot een vergelijkbare totale heffing. Timing, wachttermijn, cashflow en dossierkwaliteit maken het verschil.

Klaar voor de revolutie?

Meesters accountants biedt haar cliënten gerichte begeleiding om uw onderneming optimaal voor te bereiden op de nieuwe regelgeving. Neem gerust contact met ons op.