Oldtimer via vennootschap: wat is fiscaal aftrekbaar?

Oldtimers spreken al lang niet meer enkel autoliefhebbers aan. Steeds meer ondernemers en investeerders bekijken klassieke wagens ook als een alternatieve belegging. Sommige modellen stijgen immers aanzienlijk in waarde, terwijl ze tegelijk een passieproject blijven. Maar hoe interessant is een oldtimer fiscaal gezien? En koopt u die beter privé aan of via uw vennootschap?
Wanneer spreekt men van een oldtimer?
In België wordt een voertuig vandaag beschouwd als oldtimer wanneer het meer dan 30 jaar geleden voor het eerst in verkeer werd gesteld én ingeschreven is met een O-nummerplaat.
Dat statuut brengt enkele fiscale voordelen met zich mee, zoals een beperkte jaarlijkse verkeersbelasting en een lagere belasting op inverkeerstelling (BIV).
Een oldtimer privé aankopen
Koopt u een oldtimer als particulier, dan geniet u in bepaalde gevallen van een bijzonder gunstig fiscaal regime.
Wanneer de fiscus de aankoop beschouwt als “normaal beheer van privévermogen”, blijft een meerwaarde bij verkoop doorgaans belastingvrij. Dat betekent dat een oldtimerinvestering privé fiscaal zeer interessant kan zijn wanneer het voertuig op langere termijn in waarde stijgt.
Belangrijk is wel dat de fiscus de investering niet als speculatief beschouwt. Wie frequent voertuigen koopt en verkoopt met winstintentie, riskeert dat de gerealiseerde meerwaarden toch belast worden als beroepsinkomsten.
Daarnaast zijn kosten zoals onderhoud, restauratie of verzekering privé uiteraard niet fiscaal aftrekbaar.
Aankoop via de vennootschap: interessant of niet?
Een oldtimer aankopen via de vennootschap lijkt op het eerste gezicht aantrekkelijk, zeker wanneer de wagen deel uitmaakt van een patrimonium- of investeringsstrategie. Toch is voorzichtigheid aangewezen.
Wanneer de oldtimer wordt ingeschreven met een kwalificerende O-plaat, moet namelijk rekening worden gehouden met de specifieke regelgeving die sinds 1 juli 2013 van toepassing is. Die regelgeving bepaalt uitdrukkelijk dat een oldtimer met O-kentekenplaat niet voor commercieel of beroepsmatig gebruik mag worden ingezet.
Dat heeft belangrijke fiscale gevolgen voor de aftrekbaarheid van kosten binnen de vennootschap.
Aftrekbaarheid van kosten: een moeilijke oefening
Om kosten fiscaal aftrekbaar te maken, moet de vennootschap onder meer kunnen aantonen dat deze werden gemaakt met het oog op het verkrijgen of behouden van belastbare inkomsten.
Net daar wringt het schoentje bij oldtimers met een O-plaat. Aangezien het beroepsmatig en commercieel gebruik van dergelijke voertuigen verboden is, wordt het bijzonder moeilijk om het beroepsmatig karakter van bepaalde kosten aan te tonen.
In de praktijk zal de vennootschap zich voornamelijk moeten beroepen op het investeringskarakter van de oldtimer en de potentiële waardestijging van het voertuig. Kosten kunnen dus enkel aftrekbaar zijn wanneer aannemelijk gemaakt wordt dat zij bijdragen aan het behoud of de verhoging van de waarde van de wagen.
Denk bijvoorbeeld aan:
restauratiekosten die de marktwaarde verhogen;
gespecialiseerde onderhoudswerken;
stallings- of bewaarkosten ter bescherming van het voertuig;
expertisekosten in het kader van waardebepaling.
Kosten die daarentegen louter verband houden met het gebruik van de wagen, zullen doorgaans als niet-beroepsmatig worden beschouwd en bijgevolg niet aftrekbaar zijn. Hetzelfde geldt voor uitgaven die moeilijk gekoppeld kunnen worden aan het investeringsdoel van de oldtimer.
Een degelijke documentatie en onderbouwing van de investering zijn daarom essentieel wanneer een oldtimer via de vennootschap wordt aangehouden.
Aftrekbaarheid van kosten
Wie een oldtimer effectief beroepsmatig of commercieel wil gebruiken, zal de wagen niet met een O-plaat kunnen inschrijven. In dat geval is een gewone inschrijving met een regulier kenteken noodzakelijk.
Een dergelijke inschrijving biedt een belangrijk voordeel: de oldtimer mag zonder wettelijke gebruiksbeperkingen professioneel of commercieel worden ingezet. Denk bijvoorbeeld aan:
klanten- of netwerkevents;
promotionele doeleinden;
verhuuractiviteiten;
professioneel vervoer;
commerciële fotoshoots of evenementen.
Bovendien blijven voor veel oldtimers de gunstige tarieven inzake verkeersbelasting behouden, ook bij een gewone inschrijving.
Daar staat tegenover dat bepaalde voordelen van het oldtimerstatuut wegvallen. Zo kan men niet langer genieten van de vereenvoudigde keuringsregeling en vervalt ook de vrijstelling of versoepeling inzake technische controle. De wagen zal dus aan de gewone keuringsverplichtingen voor voertuigen deelnemen.
Bovendien gelden voor voertuigen specifieke regels inzake autofiscaliteit en btw-aftrekbaarheid.
Wanneer een oldtimer via de vennootschap wordt aangekocht en als bedrijfsmiddel wordt beschouwd, moet ook rekening worden gehouden met de fiscale gevolgen van een eventueel privégebruik.
Net zoals bij een gewone personenwagen leidt privégebruik van een bedrijfswagen in principe tot een belastbaar voordeel van alle aard (VAA) in hoofde van de bestuurder of bedrijfsleider.
Meerwaarden zijn belastbaar
Een belangrijk verschil met een privéaankoop: wanneer de vennootschap later de oldtimer met winst verkoopt, wordt de gerealiseerde meerwaarde belast in de vennootschapsbelasting.
Daardoor kan het fiscale voordeel van aftrekbare kosten gedeeltelijk verloren gaan bij een latere verkoop met winst.
Waardestijging versus fiscale optimalisatie
Bij een oldtimerinvestering spelen twee belangrijke factoren:
• de potentiële waardestijging van het voertuig;
• de fiscale behandeling van kosten en meerwaarden.
Voor wie vooral mikt op waardebehoud of waardestijging op lange termijn, blijkt een privéaankoop vaak interessanter. Wie de wagen effectief beroepsmatig gebruikt en kosten fiscaal wil optimaliseren, kan een aankoop via de vennootschap.
Besluit
Een oldtimer kan zowel emotioneel als financieel een interessante investering zijn. Maar de meest geschikte structuur — privé of via de vennootschap — hangt af van uw concrete situatie, het beoogde gebruik en uw investeringsdoelstellingen.
Een correcte fiscale analyse vooraf is essentieel om onaangename verrassingen achteraf te vermijden.
Wilt u weten welke aanpak voor u het meest interessant is? Onze experten begeleiden u graag bij de fiscale optimalisatie van uw investering.
Nieuws voor elke ondernemer
Het Vlaamse gunstregime voor familiale vennootschappen wijzigt ingrijpend in 2026: woningen en tweede verblijven worden uitgesloten, en een bedrijfsrevisor of accountant moet de aandelen waarderen.
Restauratie- en stallingkosten van een oldtimer zijn via de vennootschap enkel aftrekbaar als u het investeringskarakter aantoont. Wat mag u verwachten en wat niet?
Per 1 maart 2026: maximale thuiswerkvergoeding €160,99/maand. Wat moet je als werkgever weten over voorwaarden, RSZ-vrijstelling en regels voor bedrijfsleiders?
Klaar voor de revolutie?
Meesters accountants biedt haar cliënten gerichte begeleiding om uw onderneming optimaal voor te bereiden op de nieuwe regelgeving. Neem gerust contact met ons op.


